Waarom de vlam in de slaapkamer dooft (en hoe we die weer aanwakkeren)

‘Vandaag niet schatje, ik ben te moe’ of ‘Ik doe het maar om hem zijn zin te geven’. Het zijn zinnen die vrouwen in een heteroseksuele relatie wel eens denken of uitspreken. Maar erachter gaat veel meer schuil. Hoe komt het dat die vrouwen na een tijd vaak hun zin in seks verliezen?
Dit artikel is geschreven door Leestijd 9 min
“Seks was nooit fijn. Het deed pijn”, vertelt Sophie Ickx (50). “Tot ik mijn huidige partner leerde kennen. Die eerste maanden maakten we elkaar er soms wakker voor en deden we het drie keer op een nacht. Ik was ondertussen 40 jaar en beleefde mijn eerste orgasme bij hem. Maar sinds een jaar is mijn verlangen naar seks weg en dat mis ik enorm.”
Soms is het niet het gemis, maar de schaamte die weegt. “Toen ik voor de eerste keer seks had, begreep ik niet zo goed wat iedereen er zo leuk aan vond”, vertelt Lissa* (28). “Hoe vaker het gebeurde, hoe meer ik dacht: is dit het nu? Mijn zin nam af en ik begon steeds meer pijn te krijgen. Ik durfde er met niemand over praten, nog steeds niet trouwens. Dat komt doordat ik het gevoel heb dat er een maatschappelijke druk ligt op seks. Ik voel me er heel onzeker over. Pas jaren later heb ik het aan mijn partner opgebiecht. Gelukkig reageerde hij heel begripvol, maar ik schaam me nog steeds.”
Die schaamte trok Lissa steeds dieper. “Het zorgde er deels voor dat ik negatieve gedachten heb gekregen over intimiteit en seks. Soms tot aan het kinderlijke toe, als in ‘ieuw, die bepaalde handeling is vies’. Alsof het een zonde is.”

Weggeknipt

Het is de grote paradox van de moderne liefde: we zijn nog nooit zo vrij geweest om onze seksualiteit te beleven, en toch blijft het in de Vlaamse slaapkamers geregeld stil. Ongeveer de helft van ons heeft zijn soulmate gevonden, de partner die de was plooit en de kinderen naar het voetbal brengt, maar ergens tussen de verbouwingen en de boodschappen door zijn we onze minnaar kwijtgeraakt. Vooral bij vrouwen lijkt het verlangen naar seks met hun partner vaak niet zomaar te sluimeren, stellen seksuologen, maar door de jaren heen volledig te doven.
“Ik onderging drie buikoperaties waardoor ik in de chirurgische menopauze terechtkwam en de zin in seks volledig verloor”, schrijft relatietherapeut en seksuologisch hulpverlener Jaela Cole in haar nieuwe boek Stilte in bed. “Ik kreeg er geen beweging meer in, seks leek wel weggeknipt uit mijn hoofd.” Dat ze zich als expert, die dagelijks koppels adviseert, ook kwetsbaar opstelt, is opvallend. “Ik vind het belangrijk om een nieuw gesprek over vrouwelijk verlangen te openen, zelf zat ik met zoveel vragen.”
In haar boek gaat Cole op zoek naar antwoorden. Want waarom trekt het lichaam van de vrouw zich vaak terug als de relatie op haar veiligst is? Is het de chronische stress die ons – met het hoofd altijd op ‘aan’ – door het leven jaagt of zitten de patriarchale mythes over hoe seks ‘hoort’ te zijn ons nog steeds in de weg?
Een getuige, die we Alexandra* noemen omdat haar man niet weet dat ze met ons spreekt, bevestigt dit. “Toen ik net samen was met Kristof* vond hij mij seksueel spannend. Ik was speels, nam initiatief en durfde weleens buiten de lijntjes te denken. Zo heb ik hem eens gepijpt in een skilift. In die beginfase leer je elkaar kennen en deed ik meer mijn best. Was dat uit gewoonte omdat ik dacht dat het zo hoorde? Misschien. Ik heb nooit echt een beduidend hoog verlangen naar seks gehad, en daar veranderde Kristof zijn komst niets aan.
“De afgelopen jaren pakt hij mij daar wel eens op: ‘Gij zijt niet degene op seksvlak die ge me hebt voorgehouden te zijn’, zegt hij dan. Natuurlijk kwetst dat. Soms kan hij ook enorm bot uit de hoek komen, maar hij verwacht dan wel dat ik ’s avonds spontaan zin in hem heb na een dag vol zorgen voor de kinderen en mijn eigen werk. Zo werkt het niet. Maar na een paar jaren bewaakte ik mijn grenzen niet meer. Soms had ik dan seks met hem omdat hij aandrong. In die periode kampte ik met depressies, dus natuurlijk had ik geen behoefte aan seks. Tegelijk hoorde ik van vriendinnen dat ze wel twee keer per dag zouden kunnen, dus ik heb lang gedacht dat het aan mij lag.”

Mythes

Vrouwen hebben volgens bevragingen in vrouwenbladen zoals Flair en ELLE gemiddeld één à twee keer per week seks. Maar kloppen die cijfers wel? Want de Vlaamse Sexpertstudie, die zich in 2013 baseerde op een representatieve steekproef van 1.832 Vlamingen tussen 14 en 80 jaar, geeft 1,2 keer per week mee. Ook de Nederlandse Monitor Seksuele Gezondheid in 2023 toont zo’n beeld. Zo hebben volwassenen tussen 25 en 39 jaar ongeveer 2,15 keer per maand seks en 55- tot 69-jarigen gemiddeld 1,35 keer per maand. Maar wat uit deze studies niet duidelijk wordt, is of de vrouwelijke deelnemers hier ook zin in hebben.
“Eigenlijk is een lager – en dus realistischer – cijfer over hoe vaak we het doen niet zo gek in heteroseksuele relaties”, stelt Cole. Volgens haar botst kennis over hoe een vrouw zin krijgt in seks nog steeds op heel wat mythes.
“Wist je dat er bijvoorbeeld niet zoiets bestaat als een libido? Voordat dat woord een checkbox werd op een medische vragenlijst – ‘hoog’, ‘laag’, ‘afwezig’, ‘te veel’? – had het een andere betekenis, namelijk gewoon ‘verlangen’. De drang om te proeven, te ontdekken of te raken. Pas later, toen Sigmund Freud er zijn psychoanalytische tanden in zette, werd libido gekaapt door het seksuele. Plots werd het iets wat we hebben of niet. Terwijl verlangen net een fluïde respons is op je lichaam, je context en je emoties.”
“Mijn partner en ik hebben een samengesteld gezin met twee kinderen van mij en drie van hem”, vertelt Sophie. “Maar het samenvoegen van die vijf kinderen heeft de afgelopen jaren veel problemen opgeleverd, waardoor ik veel stress ervoer. Zo verdween mijn zin in seks. De laatste tijd merk ik ook dat wanneer hij fysiek contact zoekt, ik er al van uitga dat hij hoopt dat het uitdraait op seks. Dan denk ik weleens: oh nee, moet het nu weer? Ik vind dat echt heel erg voor hem, maar ik heb dan niet ineens zin. Ik heb veel meer tijd nodig.”
Sophie Ickx: ‘Seks is altijd heel pijnlijk geweest voor mij. Rond penetratie hing voor mij altijd veel trauma.’

Spontaan

Toch merken een heel aantal seksuologen dat zowel mannen als vrouwen nog steeds vaak denken dat zin in seks spontaan moet ontstaan. Het als opdracht op de agenda zetten, kan vaak rekenen op een minachtende blik van koppels. “Seks die zomaar uit de lucht komt vallen, blijkt zeldzamer dan we denken”, zegt Cole. “Verlangen hoeft niet spontaan te ontstaan. Sterker nog: voor veel mensen, en meer voor vrouwen dan voor mannen, ontstaat verlangen pas na prikkels.”
Daarmee doelt ze op een aanraking, warm gesprek of een gevoel van veiligheid of speelsheid. In de seksuologie heet dit fenomeen responsief verlangen. “Anders dan spontaan verlangen, heeft het ontstaan van responsief verlangen meer tijd nodig”, zegt ook seksuologe Delia Garcia-Coto.
Een – nogal ingewikkeld en theoretisch – model over seksuele opwinding van Erick Janssen (Belgisch psycholoog en seksuoloog) en drie andere wetenschappers legde in 2000 al bloot hoe mensen reageren op prikkels en die vertalen naar seksueel verlangen.
Samengevat stelt het model dat spontaan verlangen begint bij een interne vonk, terwijl responsief verlangen juist gevoed wordt door een externe prikkel waar een bepaalde emotionele betekenis aan wordt gegeven. Dit zorgt ervoor dat iemand bewust kan openstaan voor seksueel genot.
“Als we dat verschil snappen, kunnen we dus ook begrijpen dat ons brein tijd en focus nodig heeft bij responsief verlangen om fysieke signalen te vertalen naar de subjectieve beleving van zin in seks”, zegt Garcia-Coto. “Daardoor kunnen we misschien met zijn allen met meer compassie en minder druk naar onze eigen seksualiteit en die van onze partner kijken.”
Jammer genoeg is het gegeven dat vrouwen binnen een lange relatie vaker niet dan wel spontaan verlangen krijgen nog geen algemene kennis. Laat staan dat ze vlotjes tijdens de periode van schoolbanken en eerste sekservaringen wordt doorgegeven. Erover praten stuit daardoor nog steeds op schaamte en onbegrip. En dat zorgt er volgens verschillende seksuologen ook vandaag voor dat sommige vrouwen ‘het’ dan maar doen omdat ze denken dat het verwacht wordt.
Zowel Alexandra als Sophie en Lissa geven tijdens ons gesprek aan dat ze weleens – of vaker – seks hadden met hun mannelijke partner op een moment dat hij er behoefte aan had - terwijl zij dat niet hadden.
“Seks is altijd heel pijnlijk geweest voor mij”, zegt Sophie. “Ik heb op jonge leeftijd een verkrachting meegemaakt. Nadien volgde een relatie waarin seks drie minuten duurde. Rond penetratie hing voor mij altijd veel trauma. Hoewel ik in het begin van mijn tweede huwelijk een tijdlang zonder pijn seks kon hebben, is het nadien door de stress thuis toch weer teruggekeerd.”
“Wanneer iemand het gevoel heeft de controle te zijn verloren in zijn seksleven, is het enorm belangrijk om dat juist terug te verwerven”, zegt Garcia-Coto. “In de praktijk zien we vaak dat de persoon die het trauma heeft meegemaakt omtrent seks heel strakke, of net zeer losse, grenzen stelt. Zo kan ook de zin in seksualiteit, en het communiceren erover, nog complexer worden.”

Nood aan onderzoek

“Responsief verlangen”, vraagt Alexandra ons op de vraag of ze er al eens van gehoord heeft. “Nee, geen idee, wat is het verschil met spontaan zin in seks hebben?” En wanneer we Lissa vragen of ze weet heeft op welke verschillende manieren een man en een vrouw zin in seks kunnen krijgen, is haar antwoord: “Nee, maar daar wil ik wel meer over te weten komen.”
Ondanks dat ze al verschillende dokters en hulpverleners heeft gezien, blijft een dieper inzicht (helaas) uit. Hun reacties leggen bloot wat seksuologen ook aankaarten. Er is nood aan meer kennis en wetenschappelijk onderzoek over het vrouwelijk seksueel verlangen, zodat behandelingen wél oplossingen kunnen brengen.
Wat volgens Cole ook meespeelt, is dat veel vrouwen wel weten wat ze níét willen of verdragen, maar eigenlijk geen idee hebben waar ze seksueel naar verlangen. “Dat vrouwen niet altijd beschikken over de juiste voorlichting of begeleiding helpt niet. Daarnaast dragen zij vaak veel verantwoordelijkheden waardoor ze zichzelf soms voorbij hollen. Voelen wat je wel wil, wordt daardoor belemmerd.”
Dat veel vrouwen zich bovendien nog steeds schamen rond (het spreken over) hun seksualiteit, is niet zo gek volgens Cole. “In de geschiedenis werden vrouwen in twee hokjes geduwd”, schrijft ze. “Je was een madonna, die kuis, toegewijd, liefdevol en dus huwbaar was. (...) Of je was een hoer: begeerlijk, gevaarlijk, buitensporig en dus zondig. Een vrouw die haar seksualiteit openlijk beleefde, riskeerde haar eer te verliezen. (...) Een vrouw die haar verlangens onderdrukte, of zichzelf klein maakte, werd geprezen om haar deugdzaamheid.”
Die tweedeling nestelde zich volgens Cole diep in hoe vrouwen zichzelf zagen. Zo moest je als vrouw altijd kiezen tussen gewaardeerd of begeerd worden. “De tijden zijn intussen veranderd”, vult Garcia-Coto aan. “Die culturele en katholieke tendens dat vrouwen geen vrije seksuele wezens op zichzelf mogen zijn, begint stilaan naar de achtergrond te verdwijnen. Maar de normalisering van problematieken zoals vaginisme, of het verschil in verlangen specifiek op vrouwen gericht en de invloed van hormonen hierop, hinkt nog steeds achterop.”
Dat twee van de drie vrouwen die we spraken anoniem willen blijven, bevestigt dit taboe.

In beweging

Hoopgevend is wel dat seksueel verlangen geen statische eenheid is, maar een levend fenomeen. De zin in seks – zowel bij mannen als bij vrouwen – is voortdurend in beweging en transformeert doorheen de levensloop. Hoewel de vlam tijdelijk kan doven door factoren als chronische stress, hormonale verschuivingen of relationele wonden, is dit zelden definitief.
Dat schrijft ook Cole in haar boek, dat naast de theorie ook met de praktijk aan de slag gaat. “De zin in seks met je partner kan opnieuw ontvlammen wanneer de juiste condities van veiligheid, autonomie en rust worden gecreëerd. De zin hierin herstellen is een gelaagd proces waarbij het hoofd de theorie begrijpt, het hart de emotionele verbinding herstelt en de heupen uiteindelijk weer durven te ervaren.”
Voor Alexandra lijkt er alvast licht aan het einde van de tunnel. “Sinds een tijdje zijn we in behandeling bij een goede therapeut. En hier was ik zelf enorm door verbaasd, maar een paar dagen geleden, toen Kristof zich wat minder voelde, stelde ik zelf voor om hem een massage te geven. (grinnikt) Inclusief zijn geslachtsdelen. Ik weet niet precies hoe het kwam dat ik zin in hem kreeg, maar dat ik de leiding kon nemen en hij op seksueel vlak eigenlijk niets van me verwachtte, hielp enorm.”
* Lissa en Alexandra zijn schuilnamen. Hun echte namen zijn bekend bij de redactie.